© Wim Kloppenburg. Laatste update 25 september 2026.
Made with Xara Web Designer+
Het nieuwe Liedboek – Zingen en bidden in huis en kerk (2013) van de Protestantse Kerk in Nederland breekt met de hierboven geschetste traditie. Er is geen aparte rubriek Psalmen voorafgaand aan de Gezangen; het boek bestaat uit meer dan duizend doorgenummerde Liederen. De 150 ‘Geneefse Psalmen’ staan er wel in, maar het Psalter is ‘doorschoten’ met allerlei liederen, liedjes, acclamaties en refreinen die in meerdere of (heel vaak) mindere mate geïnspireerd op de voorafgaande Psalm. Een voorbeeld dat er, alleen al in muzikaal opzicht, uitspringt is Lied 92a, een bewerking van Psalm 92. De melodie en de oorspronkelijke Duitse tekst zijn van Rolf Schweizer (1936- 2016). De melodie is aanstekelijk, vrolijk en ‘jazzy’, de tekst van couplet 1 en 2 en van het keervers is een vrijwel letterlijk citaat uit de Lutherbijbel (Psalm 92,1-6). Pas veel later heeft Schweizer een derde strofe toegevoegd 1 , omdat de muzikale dynamiek daar als het ware om vraagt; twee coupletten is net te kort (zie ook de opmerkingen bij ‘De wereld is gewonnen’, elders op deze website). De woorden van de derde strofe zijn een vrije samenvatting van de verzen 13 t/m 15 van de Psalm. De Nederlandse versie van Karel Eykman is geen vertaling, maar een bewerking waarvan alleen het refrein en de eerste strofe aan de psalm herinneren. De rest is een vrije tekst waarin we worden opgeroepen om God te loven ‘met toeters en bellen’, en ‘stevig stampen met je voeten’, want, zo weet de dichter, ‘God zal het prachtig vinden’. Karel Eykman (1936-2022; zie wikipedia) was een groot verteller en dichter, beroemd vanwege zijn veelzijdige oeuvre: kostelijke teksten en liedjes voor kinderen (Sesamstraat, Het klokhuis), verrassende parafrases van bijbelverhalen (De werksters van half vijf), de kinderbijbel Woord voor woord en talloze kinderboeken. Maar zijn bewerking van Psalm 92 valt me eerlijk gezegd een beetje tegen; het is net iets te geforceerd-leuk. Van de psalmtekst en van het Duitse origineel is maar weinig terug te vinden. In Liedboek-2013 wordt – voorzover ik weet voor het eerst in de geschiedenis van het kerklied – de ‘toeter’ geïntroduceerd als instrument om God te loven (zie ook Lied 223, daar zelfs inclusief de feestmuts). Eerlijk gezegd roept dat bij mij geen stichtelijke associaties op. Ik moest meteen denken aan de ongeduldige taxichauffeur in de file, aan de oorverdovende vuvuzela’s van het WK-voetbal 2010 en aan de politicus die in het kader van de cultuur- bezuinigingen het Residentie Orkest ‘een clubje toeteraars’ noemde… 1. In de proefbundel (1988) van het Evangelisches Gesangbuch had het lied nog twee strofen en was de toonsoort F-groot; in de definitieve uitgave van het EG (1994) is de derde strofe toegevoegd en is het lied een kleine terts lager genoteerd (waardoor een deel van de ‘frisheid’ van dit charmante lied verloren gaat). Ook het Liedboek noteert het lied helaas in D.
Wat zo geweldig is: om U te danken
Aus Psalm 92 Kehrvers Das ist ein köstlich Ding, dem Herren danken und lobsingen deinem Namen, das ist ein köstlich Ding, dem Herren danken und lobsingen deinem Namen, du Höchster. 1. Des Morgens deine Gnade und des Nachts deine Wahrheit verkündigen auf den zehn Saiten und Psalter, mit Spielen auf der Harfe. Kehrvers 2. Du läßt uns fröhlich singen van den Werken die, Herr, deine Hand gemacht. Wie tief sind deine Gedanken; du, Höchster, bleibest ewig. Kehrvers 3. Die deine Rechte halten werden grünen und blühen und fruchtbar sein. Sie werden nimmer vergehen, denn du bist ihre Stärke. Kehrvers
Luister naar een opname uit 1981 door het koor van de IKON-kinderdiensten o.l.v. Marijke Bleij- Pel m.m.v. Wim Kloppenburg, orgel (2 couplet- ten, de derde strofe was er toen nog niet). De orgelbegeleiding die ik voor deze opname schreef, staat uiteraard in F en was bedoeld voor de Duitse tekst. Voor geïnteresseerden is de partituur hier als PDF te downloaden.
Eén van de vele voorbeelden: eerst de PSALMEN, dan de GEZANGEN.
Gedurende meer dan vier eeuwen, om precies te zijn van 1566 tot 1973, werden alle officiële lied- boeken van de calvinistische kerken in Nederland gekenmerkt door het feit dat daarin, als gesloten corpus, alle 150 Psalmen in berijmde vorm waren opgenomen, naar het voorbeeld van het ‘Geneefse Psalter’ dat in opdracht van Calvijn tussen 1539 en 1562 was gemaakt. Het belangrijkste continuüm in de Nederlandse psalmboeken wordt uiteraard gevormd door de zestiende-eeuwse melodieën; immers, bij ons werden de Franse teksten vervangen door het Nederlands – niet altijd even fraai, maar wel zo veel mogelijk gehoorzamend aan Calvijns eis van schriftgetrouwheid: geen parafrases, uitweidingen of andere toevoegingen aan de ‘Hebreeuwse waarheid’ van de bijbelse psalmtekst. Naast dit integrale Geneefse Psalter als hoofdbestanddeel van onze kerkboeken, was slechts een zeer beperkt aantal andere (voornamelijk aan de Schrift ontleende) liederen toegestaan, zoals de Tien Geboden en enkele cantica (de zogenaamde ‘Eenige Gezangen’). Pas vanaf het begin van de negentiende eeuw werd het aantal gezangen uitgebreid, wat vaak aanleiding heeft gegeven tot heftige twisten en zelfs kerkscheuringen. Na de Reformatie zijn er dus gedurende meer dan 250 jaar in de calvinistische kerken zelfs geen Paas- of Kerstliederen gezongen! En in een aantal streng- gereformeerde denominaties is dat nog altijd zo. Maar ook als er een groter aantal gezangen aan het kerkboek wordt toegevoegd, blijft gelden: eerst Schriftwoord, dan mensenwoord. Ook het Liedboek voor de Kerken van 1973 kent de traditionele indeling van Psalmen en Gezangen, met het Psalter in een nieuwe berijming, die eindelijk, na vier eeuwen recht doet aan het oorspronkelijke ritme van de Franse melodieën!

Breuk met de traditie

Ein köstlich Ding

t.Karel Eykman, m.Rolf Schweizer (‘Das ist ein köstlich Ding’). LB 92a
Gepubliceerd in M&L 2013 nr.5. Gewijzigd en ingekort in augustus 2026.
bladeren
bladeren
Wim Kloppenburg  Hymnologie