© Wim Kloppenburg. Laatste update 1 maart 2026.
Made with Xara Web Designer+
bladeren
bladeren
Wim Kloppenburg  Hymnologie

Een Duits liedboekje uit 1524 in een bibliotheek in Dublin

In het jaar 1524 werden de allereerste Duitstalige liedboekjes van de lutherse Reformatie gedrukt: - het zg. Achtliederbuch met liederen die al eerder op losse blaadjes (‘fliegende Blätter’) verspreid waren, - het Geystliche gesangk Buchlein met meerstemmige liedbewerkingen van Johann Walter, - het Erfurter Enchiridion met 26 liederen van Luther en enkele tijdgenoten. In 2024, bij het vijfde eeuwfeest van de verschijning van deze boeken, werden er vooral veel artikelen gepubliceerd over inhoud en betekenis van het Erfurter Enchiridion. Maar tot mijn verbazing was er geen enkele auteur die aandacht besteedde aan een vrij recente hymnologische vondst: het exemplaar van het Enchiridion dat in 2013 werd ontdekt in een bibliotheek in Dublin(!). Dat gemis was voor mij aanleiding om er een uitgebreid Duitstalig artikel aan te wijden, – helaas te laat voor publicatie in het jubileumjaar 2024; het werd onder de titel ‘Das Erfurter Enchiridion in Dublin’ gepubliceerd in het Jahrbuch für Liturgik und Hymnologie, 64.Band, 2025. Hieronder vindt u een beknopte Nederlandse versie. Wie geïnteresseerd is in alle bronvermeldingen en hymnologische details verwijs ik graag naar het genoemde Jaarboek. Wel vindt u in de zijkolom van deze pagina links naar de beschikbare digitalisaties van de besproken liedboekjes. De geschiedenis van het Enchiridion 1. Het ‘Ferbefaß-Enchiridion’ (Johannes Loersfeld) Het was de drukker Johannes Loersfeld in Erfurt die het initiatief nam voor het samenstellen van het Enchiridion (‘handboekje’). Zijn adres staat op de laatste pagina: ‘Gedruckt zu Erffurd / yn der Permenter gassen / zum Ferbefaß’ (waarschijnlijk het uithangbord van een schilder). Het is een klein boekje van 48 pagina’s, ‘eynem ytzlichen Christen fast nutzlich bey sich zuhaben’ [‘nuttig voor iedere christen om altijd bij zich te hebben’]. De teksten werden gezet met loden lettertypen, de melodieën door een gespecialiseerde snijder in hout gesneden, uiteraard in spiegelbeeld, en als een blok in het zetsel geplaatst. De snelle verbreiding van de reformatorische liederen en geschriften was vooral te danken aan de uitvinding van de boekdrukkunst. Zo’n gedrukt liedboekje was iets heel nieuws en werd gretig gekocht. Loersfeld heeft zijn boekje kennelijk zo snel mogelijk in de handel gebracht; opvallend is bijvoorbeeld dat er in het laatste katern geen versierde kapitalen meer voorkomen, en dat hij bij slechts 16 van de 26 liederen een melodie heeft afgedrukt. Het boekje begint met een ‘Epistel aan de lezer’, waarschijnlijk van Johann Eberlin von Günzburg, een Franciscaner monnik die zich bij de Reformatie had aangesloten en die op spottende toon afrekent met de Latijnse, voor de meeste kerkgangers onverstaanbare roomse mis. Op de laatste pagina van het Enchiridion is een tamelijk ‘onhandig’ Register afgedrukt; de meeste liederen worden namelijk niet vermeld met hun eerste regel, maar met omschrijvingen als ‘Nog een lied van doc. Speratus’ of ‘Het lied van Johannes Hus/verbeterd’. De psalmliederen worden aangegeven met het Vulgaat-nummer en de Latijnse beginwoorden, en ook van de vertaalde hymnen wordt alleen de Latijnse beginregel vermeld.
De melodie van ‘Dies sind die heilgen zehn Gebot’, afdruk van een Notenstock in het Enchiridion van Johannes Loersfeld. De zetbreedte is ca. 80 mm.
Het formaat van de afbeeldingen op deze pagina is uiteraard afhankelijk van het gebruikte scherm. Om ze in het originele formaat te bekijken, kun je in- of uitzoomen met behulp van bovenstaande liniaal, die overeenkomt met de breedte van een bankpasje (8,56 cm.).
Links de titelpagina van het Enchiridion van Loersfeld, rechts de laatste pagina met register en adres. Klik hier voor een overzicht van de 26 liederen, met de eerste regels in hedendaagse spelling.
2. Concurrentie! Het ‘Enchiridion zum Schwarzen Horn’ (Matthes Maler) Er was in Erfurt nóg een drukker actief, namelijk Matthes Maler. Op een gegeven moment ontdekte hij dat zijn concurrent Loersfeld werkte aan een boekje met lutherse liederen. Hij wist dat daar veel vraag naar was, en dacht er ook van te kunnen profiteren. Hoe hij precies aan het materiaal kwam, is niet helemaal duidelijk; er wordt wel vermoed dat hij drukproeven van Loersfeld zou hebben gestolen. In ieder geval had hij zowel de tekst als de melodie tot zijn beschikking. Het werk van zijn notensnijder is duidelijk herkenbaar: kleiner dan bij Loersfeld, scherp en uiterst compact. Tegenwoordig zijn de meeste onderzoekers het er over eens dat Loersfeld de eerste was die het Enchiridion publiceerde, en dat Maler diens werk gekopieerd heeft. Misschien ging het hem daarbij om geldelijk gewin, maar we mogen niet vergeten dat Maler al sinds 1510 of 1511 als zelfstandig drukker in Erfurt werkzaam was, terwijl Loersfeld waarschijnlijk pas in 1523 in Erfurt aankwam. Het zal voor Maler dus een grote schok geweest zijn toen hij begreep waar zijn nieuwe concurrent mee bezig was. Ongetwijfeld voelde hij zich bedreigd in zijn positie als Erfurter drukker. Het enige wat hij nog kon doen, was zo snel mogelijk een eigen druk van het Enchiridion te realiseren. In de titel heeft Maler slechts een minimale wijziging aangebracht; het woordje eyn is verschoven: Enchiridion Oder eyn Handbuchlein. Het voorwoord en alle liedteksten van Loersfelds Enchiridion heeft hij getrouw overgenomen, alleen wijkt de spelling vaak af. De hymnoloog Wilhelm Lucke vermoedt dat de zetter niet werkte vanaf een tekst op papier, maar dat de woorden hem gedicteerd werden en dat hij ze op zijn eigen manier spelde. Dat laatste is niet zo vreemd, want er bestond nog geen algemene standaardspelling. De y en de i worden door elkaar gebruikt (heylig-heilig), woorden eindigen nu eens op een dubbele, dan weer op een enkele medeklinker (ll nn tt), en de laatste m of n van een woord wordt soms wel, soms niet afgekort d.m.v. een streepje boven de voorlaatste letter, afhankelijk van de beschikbare ruimte (sorgen-sorgē). Soms lijkt de zetter de tekst verkeerd verstaan te hebben. Lucke noemt als voorbeeld het lied ‘Wo Gott der Herr nicht bey uns helt’. De derde strofe spreekt over kwade machten die de mens bedreigen ‘wie Meeres wellen’ [als golven van de zee]. De zetter verstond ‘wie wir es wollen’ [zoals wij het willen]. En zo is het blijven staan… Ik vind het een tamelijk overtuigend (en ook grappig) voorbeeld, maar de hypothese van Lucke is omstreden en wordt door geen enkele bron ondersteund. Dat ook Maler zich heeft moeten haasten, blijkt onder andere uit het geheel ontbreken van versierde kapitalen en uit de soms onhandige plaatsing van de melodieën. Ook telt zijn boekje 15 i.p.v 16 melodieën. Veel zorg besteedde hij aan het register. Anders dan Loersfeld vermeldt hij van de meeste liederen hij de eerste regel in het Duits, en hij maakt een duidelijke indeling met tussenkopjes, aangegeven met ¶. (Hij heeft ook een halve pagina meer ruimte.)
Dezelfde melodie als boven: ‘Dies sind die heilgen zehn Gebot’, hier in het opvallend compact gesneden notenbeeld uit het Enchiridion van Matthes Maler. De zetbreedte is ca. 71 mm.
Versierde kapitaal van één van de psalmliederen in Loersfelds Enchiridion.
DIGITAAL Van het Enchiridion van Loersfeld is op internet alleen een zwart-wit scan beschikbaar met een transcriptie van de tekst. Er is nog slechts één origineel exemplaar bekend; het bevindt zich in de Marktkirchenbibliothek in Goslar.
Een opvallende vergissing van de zetter zien we in de laatste twee regels van de titelpagina. Hij begint het woord billich, maar de regel is vol, en hij breekt het woord af: bil- . Dan wordt hij kennelijk even afgeleid, vergeet waar hij gebleven is en begint opnieuw met byllich.
De facsimile-uitgave uit 1848 is inmiddels ook al tamelijk zeldzaam. Een in 2011 bij Christie’s geveild exemplaar bracht £ 875 op.
3. De overleveringsgeschiedenis van Malers Enchiridion Toen er halverwege de negentiende eeuw steeds meer belangstelling ontstond voor de geschiedenis van de Reformatie, was er van Malers Enchiridion nog slechts één exemplaar bekend, namelijk in de Bibliothèque Nationale et Universitaire te Straatsburg. Op initiatief van de musicus en musicoloog Karl Reinthaler werd daarvan in 1848 een facsimile-uitgave gemaakt door steendrukkerij Gerhardt & Schreiber. Het is een anastatische herdruk. Daarvoor moest het boek uiteengenomen worden; de bladen werden vervolgens behandeld met een zuur, waarna van elk blad een contactafdruk (‘Abklatsch’) werd gemaakt op een lithografische steen. Na verdere bewerking van het beeld op de steen konden er meerdere afdrukken van gemaakt worden. Het was een niet geheel betrouwbare methode; afgezien van mogelijke beschadiging van het origineel, kon het ook gebeuren dat bij het abklatschen sommige gedeelten niet goed ‘doorkwamen’ en dus bijgewerkt of geretoucheerd moesten worden. Maar zelfs al zou deze facsimile-uitgave niet helemaal betrouwbaar zijn, dan nog moeten we Karl Reinthaler dankbaar zijn voor zijn initiatief. Het originele exemplaar van Malers Enchiridion is namelijk in 1870 verloren gegaan bij de beschieting van Straatsburg door de Duitse troepen. Alle artikelen die ná 1870 over Malers boekje geschreven zijn, en alle afbeeldingen (zoals het bovenstaande Register) zijn dus gebaseerd op en overgenomen uit het facsimile van 1848. In 1841 verwierf de Bibliotheek van het Trinity College in Dublin een convoluut bestaande uit negen Duitstalige geschriften uit de zestiende eeuw, afkomstig uit een lutherse omgeving. Eén van de negen delen van deze verzamelband werd weliswaar als een ‘zestiende-eeuws luthers liedboek’ in de catalogus opgenomen, maar pas in 2013 ontdekte bibliothecaris Roy Stanley dat het een uniek boekje was waarvan geen enkel ander exemplaar meer bestond: het Enchiridion Oder eyn Handbuchlein, gedrukt door Matthes Maler in 1524. Zowel in de Engelse als de Duitse media en in enkele vakbladen werd het als een verrassende vondst omschreven, maar niemand nam de moeite om het boekje verder te bekijken. Blijkbaar nam men voetstoots aan dat het overeenkwam met het facsimile uit 1848. Alleen de musicoloog dr. Helmut Lauterwasser gaf er een korte beschrijving van in een artikel over enkele recent herontdekte liedboekjes. Hieronder staat links de titelpagina van het Dublin-exemplaar (hierna afgekort Maler-DBL), rechts de titelpagina van het (facsimile-)exemplaar uit Straatsburg (Maler-STRB). Het viel dr. Lauterwasser op dat de titelpagina’s op enkele punten van elkaar verschillen, maar hij schreef dat toe aan de gebrekkige kopieertechniek in de 19de eeuw. Misschien, aldus Lauterwasser, kwam het jaartal op de titelpagina niet helemaal duidelijk over, en heeft Karl Reinthaler het opnieuw aangebracht, waarbij hij, al dan niet opzettelijk, XXiiij veranderde in XXIIII. Ook in de laatste drie regels van de titelpagina zien we nog enkele verschillen: diesen-dyesen en aufferzyhenn-aufferzyhen.
Maler-DBL De handgeschreven aantekening is slechts gedeeltelijk leesbaar (Dieß ist dz erste Lutherische..) Blijkbaar is het boekje ooit opnieuw ingebonden en bijgesneden.
Maler-STRB Het facsimile uit 1848 wijkt o.a. af in de notatie van het jaartal en in de spelling van sommige woorden in het onderste tekstfragment.
Een opvallende afwijking zag Lauterwasser in het Register. In Maler-DBL is een regel verkeerd geplaatst. ‘Christum wyr sollen loben schon’ is de vierde hymne en moet dus een regel hoger staan. Maler-STRB heeft de juiste volgorde: Lauterwasser schrijft hierover: ‘Diesen Fehler in einem wichtigen Gesangbuch der lutherischen Reformation konnte man sich im 19. Jahrhundert offenbar nicht eingestehen – und liefert damit einen schlagenden Beweis für die Unzuverlässigkeit von Faksimile-Editionen jener Zeit.’ Met andere woorden: Karl Reinthaler vond een dergelijke fout zo misstaan in dit belangrijke lutherse liedboek, dat hij besloot het in de kopie te verbeteren – en daarmee toont hij de onbetrouwbaarheid aan van 19de-eeuwse facsimiles (en hun makers!). Zou Reinthaler inderdaad de bedoeling hebben gehad om een ‘verbeterd facsimile’ te maken (wat uiteraard een contradictie is)? Trouwens, hoe had hij dat moeten doen? Ik kan het me met de kopieertechniek van die tijd niet goed voorstellen. Bovendien heeft hij dan ook nog een extra n toegevoegd (unser-unnser) en Martren verbeterd in Martrern. De meest opvallende en ingrijpende verbetering treffen we aan in de laatste strofe van ‘Aus tiefer Not’ (niet door Lauterwasser gesignaleerd). Zie de voorbeelden in de kolom rechts. We kijken naar de laatste drie regels (zou de fout Ehr i.p.v. Er ontstaan zijn door het gedachteloos zetten van de gedicteerde tekst?) In Maler-STRB is niet alleen de foutieve h uit Ehr verdwenen, maar ook de tweede n van schadenn. De daardoor vrijgekomen ruimte is opgevuld door het woordje der te verplaatsen. Verder zien we ook nog een extra t in gutte, terwijl in de laatste regel: Auß seinen is veranderd in Aus seynen. Het lijkt me duidelijk dat we deze tekstcorrecties niet allemaal op het conto van Karl Reinthaler kunnen schrijven. In 1848, toen men door middel van chemicaliën een afdruk van het originele boekje moest overbrengen op de steen, was het volstrekt ondenkbaar – en wat voor zin zou dat ook hebben? Ook de lettertypes zijn soms verschillend, zoals bijv. te zien is in de opschriften bij ‘Ein neues Lied wir heben an’. Boven Maler-DBL, onder Maler-STRB. Let bijvoorbeeld op de kapitalen van Christi en Brussel in de tweede regel. Verder zien we ook spellingsverschillen: vonn-von en zweyen-zcweyen. Bij het nauwkeurig vergelijken van beide boekjes vond ik meer dan driehonderd(!) van dergelijke kleine verschillen; in lettertype, hoofdlettergebruik, spelling, enkele of dubbele eindmedeklinkers, afkortingen, afstand tussen woorden etc. 4. Conclusie: Maler-Dublin en Maler-Straatsburg zijn twee verschillende edities Na bestudering van de genoemde – en nog talloze andere – verschillen tussen beide boekjes kan ik niet anders dan concluderen dat het exemplaar uit 1524 dat zich in Dublin bevindt, niet overeenkomt met het exemplaar uit Straatsburg dat Karl Reinthaler in 1848 ter beschikking had. De suggestie van dr. Helmut Lauterwasser dat het door Reinthaler gekopieerde exemplaar uit Straats- burg en het boekje uit Dublin identiek zouden zijn, maar dat Reinthaler in het facsimile veranderingen/ verbeteringen zou hebben aangebracht, is een technische onmogelijkheid. Het aantal verschillen tussen beide boekjes daarvoor ook veel te groot. Bovendien bestaat het Dublin-boekje uit zes katernen van 8 pagina’s en het Straatsburgse exemplaar uit drie katernen van 16 pagina’s. Maler-DBL heeft alleen een enkelvoudige signatuur aan het begin van elk katern: (A) B C D E F. Maler-STRB heeft een volledige signatuur (met twee drukfouten in het derde katern): (A) Aij Aiij Aiiij Av B Bij Biij Biiij Bv C Bij(sic) Ciij Biiij(sic) Cv. Helaas ontbreekt in het Dublin-boekje één pagina: blad D4 met o.a. de melodie en het begin van de tekst van ‘Christ lag in Todesbanden’. Het exemplaar in Dublin is waarschijnlijk de eerste druk, aangezien deze enkele fouten bevat die niet voorkomen in de editie waarvan de facsimile-uitgave uit 1848 een kopie is. Die laatste zou dan een ‘tweede, herziene druk’ kunnen zijn. Het bedrieglijke is dat beide exemplaren er op het eerste gezicht identiek uitzien; de Notenschnitte zijn opnieuw gebruikt, en de gehele lay-out, bladspiegel en zetspiegel van beide drukken zijn door Maler zoveel mogelijk aan elkaar gelijk gemaakt. Achteraf ontdekte ik dat de in Dublin gevonden eerste druk in de negentiende eeuw nog bekend was. De bekende onderzoeker Philipp Wackernagel heeft het zelf kennelijk niet onder ogen gehad, maar hij verwijst naar een beschrijving uit 1766 door Joh. Barth. Riederer. Riederer, een enthousiast verzamelaar en onderzoeker van lutherse liedboekjes, schrijft dat hij het boekje op een veiling gekocht heeft, maar dat er helaas één pagina ontbreekt: Blatt D4! Verder citeert hij de – toen kennelijk nog volledig leesbare – handgeschreven opmerking op het titelblad: Dieß ist das erste lutherische Gesangbuch / welches Doct. Luther zu Erfurt drucken lassen. Een verrassende ontdekking: precies dát exemplaar, dat Riederer in 1766 zo enthousiast beschreef, bevindt zich thans dus in Dublin! 5. Handgeschreven correcties in het Straatsburgse exemplaar In het Straatsburgse facsimile vinden we twee handgeschreven correcties. Door wie en wanneer ze zijn aangebracht is onbekend. De eerste betreft een fout die ook al bij Loersfeld voorkomt en die Maler getrouw heeft overgenomen. In ‘Der Glawb’, de Duitse vertaling van het Apostolicum, lezen we in de tweede zin, zowel bij Loersfeld als in de beide Maler-edities Und in Jhesum christum seinen und unsern eynigen herren […en in Jezus Christus zijn en onze enige Heer]. Het is duidelijk dat hier het woordje son [Zoon] ontbreekt. In het Straatsburgse facsimile is son tussen de regels ingevoegd, maar eigenlijk is ook dat niet helemaal juist; son moet in de plaats komen van und: …Jhesum christum, seinen son, unsern eynigen herren. De tweede ‘verbetering’ (maar dan een onterechte) vinden we in strofe 11 van het lied ‘Inn Jhesus namen heben wir an’ (bij Loersfeld het laatste, bij Maler het één na laatste lied). Daar staat: Wird yemantz schreyen yn Hymel zu mir / zu eyner sunde sol es werden dir [Als iemand Mij aanroept in de hemel, zal het u tot zonde worden]. Het is een verwijzing naar Deuteronomium 15, waarin het gaat over het sabbatsjaar, als elke Israëliet dat wat een ander hem verschuldigd is, moet kwijtschelden *) . Waarschijnlijk werd het bijbelcitaat niet herkend en niet begrepen, zodat men sund [zonde] verving door stundt [uur] – waardoor de tekst trouwens niet begrijpelijker wordt. Ook het Achtliederbuch heeft stundt (gedrukt). Loersfeld en Maler (beide edities) hebben het correcte sunde. In het facsimile uit 1848 is sunde doorgestreept en ‘verbeterd’ in stůndt.
Maler-DBL ¶ Folgen die vier Hymnus. Zcum ersten. Kom Got schepffer heyliger geyst. Kom heyliger geyst herre got. Nu kom der Heyden heyland. ¶ Folgen noch hübsche Christliche lyeder. Christum wyr sollen loben schon. Eyn hübsch Lyed unser seligkeyt betreffent. Von zweyen Martren/ zu Brüssel verbrant.
Maler-STRB ¶ Folgen die vier Hymnus. Zcum ersten. Kom Got schepffer heyliger geyst. Kom heyliger geyst herre got. Nu kom der Heyden heyland. Christum wyr sollen loben schon. ¶ Folgen noch hübsche Christliche lyeder. Eyn hübsch Lyed unnser seligkeyt betreffent. Von zweyen Martrern/ zu Brüssel verbrant.
DIGITAAL Ook het Enchiridion van Maler is op internet te raadplegen.
DIGITAAL Ook het Enchiridion Maler-Dublin is op internet te bekijken.
Enchiridion Oder ein Handbüchlein, einem jetzlichen Christen fast nützlich bei sich zu haben, zur steter Übung und (Be)trachtung geistlicher Ge- sänge und Psalmen, recht- schaffen und künstlich verteutscht. M. CCCCC. XXIIII. Am Ende dieses Büchleins wirst du fin- den ein Register, in welchem klärlich angezeigt ist was und wie viel Gesänge hier in begriffen sind. Mit diesen und dergleichen Gesängen sollte man billig die junge Jugend auferziehen.
Malers editie heeft dezelfde 26 liederen als Loers- feld, maar bij onderstaande clusters wijkt de volgorde van de liederen af: 3-6-4-5 14-17-15-16 19-22-21-23-20-25-24. De melodie van ‘Aus tiefer Not’ ontbreekt.
Tweemaal ‘Nun komm der Heiden Heiland’, boven bij Loersfeld, onder bij Maler. Bij het rode pijltje staat abusievelijk een noot (minima g) i.p.v. een rust. Malers houtsnijder heeft deze fout overgenomen. Let ook op de verschillen in spelling en het verkeerd overgenomen laatste woord van de strofe, gefellt i.p.v. bestelt.
Het Jahrbuch is uit gegeven door Vandenhoeck & Ruprecht. Het is ook als e-book leverbaar, zowel het complete boek als de hoofdstukken afzonderlijk.
De laatste twee pagina’s van het Maler-Enchiridion, met het Register en het adres.
Maler-DBL wie groß auch sey der schadenn. Ehr ist allein der gute hyrdt/ der Israel erlößen wirdt. Auß seinen sunden allen.
Maler-STRB wie groß auch sey der schaden. Er ist allein der gutte hyrdt/der Israel erlößen wirdt. Aus seynen sunden allen.
‘Aus tiefer Not’ strofe 4. Boven Maler-DBL, onder Maler-STRB, het facsimile uit 1848.
Als een boek eenmaal gedrukt was, werd het zetsel niet bewaard. Het zetsel van één katern bevatte duizenden loden lettertekens (letterlijk loodzwaar, tientallen kilo’s per katern), letters die de zetter meteen weer nodig had voor een volgend boek of zelfs voor het tweede katern van hetzelfde boek. Voor een tweede druk moest dus altijd een geheel nieuw zetsel gemaakt worden.
Wackernagel (Das deutsche Kirchenlied, 1841) vermeldt beide edities van Malers Enchiridion: het boekje in Straatsburg (dat we nu alleen nog kennen als facsimile) en het boekje uit de verzameling van Riederer, dat o.a. gekenmerkt wordt door de zes katernen.
*) Deuteronomium 15 vs.9: ‘Wees niet zo berekenend om bij jezelf te denken “Het jaar van de kwijtschelding is al heel dichtbij” zodat je onbarmhartig zou worden jegens je armlastige broeder en hem niets zou geven. Als hij zich dan bij de Heer daarover beklaagt, zal het je als zonde worden aangerekend.’ Vreemd dat ook Lucke en anderen menen dat stůndt correct is. De verwijzing naar Deuterono- mium (in het Duits 5.Mose!) is hun blijkbaar ont- gaan, terwijl het voorgaande couplet van het lied nota bene begint met de zin Nun höre was Gott durch Mosen gebot.