© Wim Kloppenburg. Laatste update 1 maart 2026.
Made with Xara Web Designer+
Een Duits liedboekje uit 1524 in een bibliotheek in Dublin
In het jaar 1524 werden de allereerste Duitstalige liedboekjes van de lutherse Reformatie gedrukt:
- het zg. Achtliederbuch met liederen die al eerder op losse blaadjes (‘fliegende Blätter’) verspreid waren,
- het Geystliche gesangk Buchlein met meerstemmige liedbewerkingen van Johann Walter,
- het Erfurter Enchiridion met 26 liederen van Luther en enkele tijdgenoten.
In 2024, bij het vijfde eeuwfeest van de verschijning van deze boeken, werden er vooral veel artikelen
gepubliceerd over inhoud en betekenis van het Erfurter Enchiridion. Maar tot mijn verbazing was er geen
enkele auteur die aandacht besteedde aan een vrij recente hymnologische vondst: het exemplaar van het
Enchiridion dat in 2013 werd ontdekt in een bibliotheek in Dublin(!). Dat gemis was voor mij aanleiding om
er een uitgebreid Duitstalig artikel aan te wijden, – helaas te laat voor publicatie in het jubileumjaar 2024;
het werd onder de titel ‘Das Erfurter Enchiridion in Dublin’ gepubliceerd in het Jahrbuch für Liturgik und
Hymnologie, 64.Band, 2025. Hieronder vindt u een beknopte Nederlandse versie. Wie geïnteresseerd is in
alle bronvermeldingen en hymnologische details verwijs ik graag naar het genoemde Jaarboek. Wel vindt u
in de zijkolom van deze pagina links naar de beschikbare digitalisaties van de besproken liedboekjes.
De geschiedenis van het Enchiridion
1. Het ‘Ferbefaß-Enchiridion’ (Johannes Loersfeld)
Het was de drukker Johannes Loersfeld in Erfurt die het initiatief nam voor het samenstellen van het
Enchiridion (‘handboekje’). Zijn adres staat op de laatste pagina: ‘Gedruckt zu Erffurd / yn der Permenter
gassen / zum Ferbefaß’ (waarschijnlijk het uithangbord van een schilder). Het is een klein boekje van 48
pagina’s, ‘eynem ytzlichen Christen fast nutzlich bey sich zuhaben’ [‘nuttig voor iedere christen om altijd
bij zich te hebben’]. De teksten werden gezet met loden lettertypen, de melodieën door een
gespecialiseerde snijder in hout gesneden, uiteraard in spiegelbeeld, en als een blok in het zetsel
geplaatst.
De snelle verbreiding van de reformatorische liederen en geschriften was vooral te danken aan de
uitvinding van de boekdrukkunst. Zo’n gedrukt liedboekje was iets heel nieuws en werd gretig gekocht.
Loersfeld heeft zijn boekje kennelijk zo snel mogelijk in de handel gebracht; opvallend is bijvoorbeeld dat
er in het laatste katern geen versierde kapitalen meer voorkomen, en dat hij bij slechts 16 van de 26
liederen een melodie heeft afgedrukt.
Het boekje begint met een ‘Epistel aan de lezer’, waarschijnlijk van Johann Eberlin von Günzburg, een
Franciscaner monnik die zich bij de Reformatie had aangesloten en die op spottende toon afrekent met de
Latijnse, voor de meeste kerkgangers onverstaanbare roomse mis.
Op de laatste pagina van het Enchiridion is een tamelijk ‘onhandig’ Register afgedrukt; de meeste liederen
worden namelijk niet vermeld met hun eerste regel, maar met omschrijvingen als ‘Nog een lied van doc.
Speratus’ of ‘Het lied van Johannes Hus/verbeterd’. De psalmliederen worden aangegeven met het
Vulgaat-nummer en de Latijnse beginwoorden, en ook van de vertaalde hymnen wordt alleen de Latijnse
beginregel vermeld.
De melodie van ‘Dies sind die heilgen zehn Gebot’,
afdruk van een Notenstock in het Enchiridion van
Johannes Loersfeld. De zetbreedte is ca. 80 mm.
Het formaat van de afbeeldingen op deze pagina is
uiteraard afhankelijk van het gebruikte scherm. Om
ze in het originele formaat te bekijken, kun je in- of
uitzoomen met behulp van bovenstaande liniaal, die
overeenkomt met de breedte van een bankpasje
(8,56 cm.).
Links de titelpagina van het Enchiridion van Loersfeld, rechts de laatste pagina met register en adres.
Klik hier voor een overzicht van de 26 liederen, met de eerste regels in hedendaagse spelling.
2. Concurrentie! Het ‘Enchiridion zum Schwarzen Horn’ (Matthes Maler)
Er was in Erfurt nóg een drukker actief, namelijk Matthes Maler. Op een gegeven moment ontdekte hij
dat zijn concurrent Loersfeld werkte aan een boekje met lutherse liederen. Hij wist dat daar veel vraag
naar was, en dacht er ook van te kunnen profiteren. Hoe hij precies aan het materiaal kwam, is niet
helemaal duidelijk; er wordt wel vermoed dat hij drukproeven van Loersfeld zou hebben gestolen.
In ieder geval had hij zowel de tekst als de melodie tot zijn beschikking. Het werk van zijn notensnijder
is duidelijk herkenbaar: kleiner dan bij Loersfeld, scherp en uiterst compact.
Tegenwoordig zijn de meeste onderzoekers het er over eens dat Loersfeld de eerste was die het
Enchiridion publiceerde, en dat Maler diens werk gekopieerd heeft. Misschien ging het hem daarbij om
geldelijk gewin, maar we mogen niet vergeten dat Maler al sinds 1510 of 1511 als zelfstandig drukker
in Erfurt werkzaam was, terwijl Loersfeld waarschijnlijk pas in 1523 in Erfurt aankwam. Het zal voor
Maler dus een grote schok geweest zijn toen hij begreep waar zijn nieuwe concurrent mee bezig was.
Ongetwijfeld voelde hij zich bedreigd in zijn positie als Erfurter drukker. Het enige wat hij nog kon doen,
was zo snel mogelijk een eigen druk van het Enchiridion te realiseren.
In de titel heeft Maler slechts een minimale wijziging aangebracht; het woordje eyn is verschoven:
Enchiridion Oder eyn Handbuchlein. Het voorwoord en alle liedteksten van Loersfelds Enchiridion heeft
hij getrouw overgenomen, alleen wijkt de spelling vaak af. De hymnoloog Wilhelm Lucke vermoedt dat
de zetter niet werkte vanaf een tekst op papier, maar dat de woorden hem gedicteerd werden en dat hij
ze op zijn eigen manier spelde. Dat laatste is niet zo vreemd, want er bestond nog geen algemene
standaardspelling. De y en de i worden door elkaar gebruikt (heylig-heilig), woorden eindigen nu eens
op een dubbele, dan weer op een enkele medeklinker (ll nn tt), en de laatste m of n van een woord
wordt soms wel, soms niet afgekort d.m.v. een streepje boven de voorlaatste letter, afhankelijk van de
beschikbare ruimte (sorgen-sorgē). Soms lijkt de zetter de tekst verkeerd verstaan te hebben. Lucke
noemt als voorbeeld het lied ‘Wo Gott der Herr nicht bey uns helt’. De derde strofe spreekt over kwade
machten die de mens bedreigen ‘wie Meeres wellen’ [als golven van de zee]. De zetter verstond ‘wie wir
es wollen’ [zoals wij het willen]. En zo is het blijven staan…
Ik vind het een tamelijk overtuigend (en ook grappig) voorbeeld, maar de hypothese van Lucke is
omstreden en wordt door geen enkele bron ondersteund.
Dat ook Maler zich heeft moeten haasten, blijkt onder andere uit het geheel ontbreken van versierde
kapitalen en uit de soms onhandige plaatsing van de melodieën. Ook telt zijn boekje 15 i.p.v 16
melodieën. Veel zorg besteedde hij aan het register. Anders dan Loersfeld vermeldt hij van de meeste
liederen hij de eerste regel in het Duits, en hij maakt een duidelijke indeling met tussenkopjes,
aangegeven met ¶. (Hij heeft ook een halve pagina meer ruimte.)
Dezelfde melodie als boven: ‘Dies sind die heilgen
zehn Gebot’, hier in het opvallend compact
gesneden notenbeeld uit het Enchiridion van
Matthes Maler. De zetbreedte is ca. 71 mm.
Versierde kapitaal van één van de psalmliederen in
Loersfelds Enchiridion.
DIGITAAL
Van het Enchiridion van Loersfeld is op internet
alleen een zwart-wit scan beschikbaar met een
transcriptie van de tekst. Er is nog slechts één
origineel exemplaar bekend; het bevindt zich in de
Marktkirchenbibliothek in Goslar.
Een opvallende vergissing van de zetter zien we in
de laatste twee regels van de titelpagina. Hij begint
het woord billich, maar de regel is vol, en hij
breekt het woord af: bil- . Dan wordt hij kennelijk
even afgeleid, vergeet waar hij gebleven is en
begint opnieuw met byllich.
De facsimile-uitgave uit 1848 is inmiddels ook al
tamelijk zeldzaam. Een in 2011 bij Christie’s
geveild exemplaar bracht £ 875 op.
3. De overleveringsgeschiedenis van Malers Enchiridion
Toen er halverwege de negentiende eeuw steeds meer belangstelling ontstond voor de geschiedenis
van de Reformatie, was er van Malers Enchiridion nog slechts één exemplaar bekend, namelijk in de
Bibliothèque Nationale et Universitaire te Straatsburg. Op initiatief van de musicus en musicoloog Karl
Reinthaler werd daarvan in 1848 een facsimile-uitgave gemaakt door steendrukkerij Gerhardt &
Schreiber. Het is een anastatische herdruk. Daarvoor moest het boek uiteengenomen worden; de
bladen werden vervolgens behandeld met een zuur, waarna van elk blad een contactafdruk
(‘Abklatsch’) werd gemaakt op een lithografische steen. Na verdere bewerking van het beeld op de
steen konden er meerdere afdrukken van gemaakt worden. Het was een niet geheel betrouwbare
methode; afgezien van mogelijke beschadiging van het origineel, kon het ook gebeuren dat bij het
abklatschen sommige gedeelten niet goed ‘doorkwamen’ en dus bijgewerkt of geretoucheerd moesten
worden. Maar zelfs al zou deze facsimile-uitgave niet helemaal betrouwbaar zijn, dan nog moeten we
Karl Reinthaler dankbaar zijn voor zijn initiatief. Het originele exemplaar van Malers Enchiridion is
namelijk in 1870 verloren gegaan bij de beschieting van Straatsburg door de Duitse troepen. Alle
artikelen die ná 1870 over Malers boekje geschreven zijn, en alle afbeeldingen (zoals het
bovenstaande Register) zijn dus gebaseerd op en overgenomen uit het facsimile van 1848.
In 1841 verwierf de Bibliotheek van het Trinity College in Dublin een convoluut bestaande uit negen
Duitstalige geschriften uit de zestiende eeuw, afkomstig uit een lutherse omgeving. Eén van de negen
delen van deze verzamelband werd weliswaar als een ‘zestiende-eeuws luthers liedboek’ in de
catalogus opgenomen, maar pas in 2013 ontdekte bibliothecaris Roy Stanley dat het een uniek boekje
was waarvan geen enkel ander exemplaar meer bestond: het Enchiridion Oder eyn Handbuchlein,
gedrukt door Matthes Maler in 1524. Zowel in de Engelse als de Duitse media en in enkele vakbladen
werd het als een verrassende vondst omschreven, maar niemand nam de moeite om het boekje verder
te bekijken. Blijkbaar nam men voetstoots aan dat het overeenkwam met het facsimile uit 1848.
Alleen de musicoloog dr. Helmut Lauterwasser gaf er een korte beschrijving van in een artikel over
enkele recent herontdekte liedboekjes.
Hieronder staat links de titelpagina van het Dublin-exemplaar (hierna afgekort Maler-DBL), rechts de
titelpagina van het (facsimile-)exemplaar uit Straatsburg (Maler-STRB). Het viel dr. Lauterwasser op
dat de titelpagina’s op enkele punten van elkaar verschillen, maar hij schreef dat toe aan de
gebrekkige kopieertechniek in de 19de eeuw. Misschien, aldus Lauterwasser, kwam het jaartal op de
titelpagina niet helemaal duidelijk over, en heeft Karl Reinthaler het opnieuw aangebracht, waarbij hij,
al dan niet opzettelijk, XXiiij veranderde in XXIIII. Ook in de laatste drie regels van de titelpagina zien
we nog enkele verschillen: diesen-dyesen en aufferzyhenn-aufferzyhen.
Maler-DBL De handgeschreven aantekening is
slechts gedeeltelijk leesbaar (Dieß ist dz erste
Lutherische..) Blijkbaar is het boekje ooit opnieuw
ingebonden en bijgesneden.
Maler-STRB Het facsimile uit 1848 wijkt o.a. af in
de notatie van het jaartal en in de spelling van
sommige woorden in het onderste tekstfragment.
Een opvallende afwijking zag Lauterwasser in het Register. In Maler-DBL is een regel verkeerd geplaatst.
‘Christum wyr sollen loben schon’ is de vierde hymne en moet dus een regel hoger staan. Maler-STRB
heeft de juiste volgorde:
Lauterwasser schrijft hierover: ‘Diesen Fehler in einem wichtigen Gesangbuch der lutherischen
Reformation konnte man sich im 19. Jahrhundert offenbar nicht eingestehen – und liefert damit einen
schlagenden Beweis für die Unzuverlässigkeit von Faksimile-Editionen jener Zeit.’
Met andere woorden: Karl Reinthaler vond een dergelijke fout zo misstaan in dit belangrijke lutherse
liedboek, dat hij besloot het in de kopie te verbeteren – en daarmee toont hij de onbetrouwbaarheid aan
van 19de-eeuwse facsimiles (en hun makers!). Zou Reinthaler inderdaad de bedoeling hebben gehad om
een ‘verbeterd facsimile’ te maken (wat uiteraard een contradictie is)? Trouwens, hoe had hij dat
moeten doen? Ik kan het me met de kopieertechniek van die tijd niet goed voorstellen. Bovendien heeft
hij dan ook nog een extra n toegevoegd (unser-unnser) en Martren verbeterd in Martrern.
De meest opvallende en ingrijpende verbetering treffen we aan in de laatste strofe van ‘Aus tiefer Not’
(niet door Lauterwasser gesignaleerd). Zie de voorbeelden in de kolom rechts.
We kijken naar de laatste drie regels (zou de fout Ehr i.p.v. Er ontstaan zijn door het gedachteloos
zetten van de gedicteerde tekst?)
In Maler-STRB is niet alleen de foutieve h uit Ehr verdwenen, maar ook de tweede n van schadenn. De
daardoor vrijgekomen ruimte is opgevuld door het woordje der te verplaatsen. Verder zien we ook nog
een extra t in gutte, terwijl in de laatste regel: Auß seinen is veranderd in Aus seynen.
Het lijkt me duidelijk dat we deze tekstcorrecties niet allemaal op het conto van Karl Reinthaler kunnen
schrijven. In 1848, toen men door middel van chemicaliën een afdruk van het originele boekje moest
overbrengen op de steen, was het volstrekt ondenkbaar – en wat voor zin zou dat ook hebben?
Ook de lettertypes zijn soms verschillend, zoals bijv. te zien is in de opschriften bij ‘Ein neues Lied wir
heben an’. Boven Maler-DBL, onder Maler-STRB.
Let bijvoorbeeld op de kapitalen van Christi en Brussel in de tweede regel. Verder zien we ook
spellingsverschillen: vonn-von en zweyen-zcweyen.
Bij het nauwkeurig vergelijken van beide boekjes vond ik meer dan driehonderd(!) van dergelijke kleine
verschillen; in lettertype, hoofdlettergebruik, spelling, enkele of dubbele eindmedeklinkers, afkortingen,
afstand tussen woorden etc.
4. Conclusie: Maler-Dublin en Maler-Straatsburg zijn twee verschillende edities
Na bestudering van de genoemde – en nog talloze andere – verschillen tussen beide boekjes kan ik niet
anders dan concluderen dat het exemplaar uit 1524 dat zich in Dublin bevindt, niet overeenkomt met
het exemplaar uit Straatsburg dat Karl Reinthaler in 1848 ter beschikking had.
De suggestie van dr. Helmut Lauterwasser dat het door Reinthaler gekopieerde exemplaar uit Straats-
burg en het boekje uit Dublin identiek zouden zijn, maar dat Reinthaler in het facsimile veranderingen/
verbeteringen zou hebben aangebracht, is een technische onmogelijkheid. Het aantal verschillen tussen
beide boekjes daarvoor ook veel te groot. Bovendien bestaat het Dublin-boekje uit zes katernen van
8 pagina’s en het Straatsburgse exemplaar uit drie katernen van 16 pagina’s. Maler-DBL heeft alleen
een enkelvoudige signatuur aan het begin van elk katern: (A) B C D E F. Maler-STRB heeft een volledige
signatuur (met twee drukfouten in het derde katern): (A) Aij Aiij Aiiij Av B Bij Biij Biiij Bv
C Bij(sic) Ciij Biiij(sic) Cv. Helaas ontbreekt in het Dublin-boekje één pagina: blad D4 met o.a. de
melodie en het begin van de tekst van ‘Christ lag in Todesbanden’.
Het exemplaar in Dublin is waarschijnlijk de eerste druk, aangezien deze enkele fouten bevat die niet
voorkomen in de editie waarvan de facsimile-uitgave uit 1848 een kopie is. Die laatste zou dan een
‘tweede, herziene druk’ kunnen zijn. Het bedrieglijke is dat beide exemplaren er op het eerste gezicht
identiek uitzien; de Notenschnitte zijn opnieuw gebruikt, en de gehele lay-out, bladspiegel en zetspiegel
van beide drukken zijn door Maler zoveel mogelijk aan elkaar gelijk gemaakt.
Achteraf ontdekte ik dat de in Dublin gevonden eerste druk in de negentiende eeuw nog bekend was. De
bekende onderzoeker Philipp Wackernagel heeft het zelf kennelijk niet onder ogen gehad, maar hij
verwijst naar een beschrijving uit 1766 door Joh. Barth. Riederer. Riederer, een enthousiast verzamelaar
en onderzoeker van lutherse liedboekjes, schrijft dat hij het boekje op een veiling gekocht heeft, maar
dat er helaas één pagina ontbreekt: Blatt D4! Verder citeert hij de – toen kennelijk nog volledig leesbare
– handgeschreven opmerking op het titelblad: Dieß ist das erste lutherische Gesangbuch / welches Doct.
Luther zu Erfurt drucken lassen. Een verrassende ontdekking: precies dát exemplaar, dat Riederer in
1766 zo enthousiast beschreef, bevindt zich thans dus in Dublin!
5. Handgeschreven correcties in het Straatsburgse exemplaar
In het Straatsburgse facsimile vinden we twee handgeschreven correcties. Door wie en wanneer ze zijn
aangebracht is onbekend. De eerste betreft een fout die ook al bij Loersfeld voorkomt en die Maler
getrouw heeft overgenomen. In ‘Der Glawb’, de Duitse vertaling van het Apostolicum, lezen we in de
tweede zin, zowel bij Loersfeld als in de beide Maler-edities
Und in Jhesum christum seinen und unsern eynigen herren […en in Jezus Christus zijn en onze enige
Heer]. Het is duidelijk dat hier het woordje son [Zoon] ontbreekt.
In het Straatsburgse facsimile is son tussen de regels ingevoegd, maar eigenlijk is ook dat niet helemaal
juist; son moet in de plaats komen van und: …Jhesum christum, seinen son, unsern eynigen herren.
De tweede ‘verbetering’ (maar dan een onterechte) vinden we in strofe 11 van het lied ‘Inn Jhesus
namen heben wir an’ (bij Loersfeld het laatste, bij Maler het één na laatste lied). Daar staat: Wird
yemantz schreyen yn Hymel zu mir / zu eyner sunde sol es werden dir [Als iemand Mij aanroept in de
hemel, zal het u tot zonde worden]. Het is een verwijzing naar Deuteronomium 15, waarin het gaat over
het sabbatsjaar, als elke Israëliet dat wat een ander hem verschuldigd is, moet kwijtschelden
*)
.
Waarschijnlijk werd het bijbelcitaat niet herkend en niet begrepen, zodat men sund [zonde] verving door
stundt [uur] – waardoor de tekst trouwens niet begrijpelijker wordt. Ook het Achtliederbuch heeft
stundt (gedrukt). Loersfeld en Maler (beide edities) hebben het correcte sunde. In het facsimile uit 1848
is sunde doorgestreept en ‘verbeterd’ in stůndt.
Maler-DBL
¶ Folgen die vier Hymnus. Zcum ersten.
Kom Got schepffer heyliger geyst.
Kom heyliger geyst herre got.
Nu kom der Heyden heyland.
¶ Folgen noch hübsche Christliche lyeder.
Christum wyr sollen loben schon.
Eyn hübsch Lyed unser seligkeyt betreffent.
Von zweyen Martren/ zu Brüssel verbrant.
Maler-STRB
¶ Folgen die vier Hymnus. Zcum ersten.
Kom Got schepffer heyliger geyst.
Kom heyliger geyst herre got.
Nu kom der Heyden heyland.
Christum wyr sollen loben schon.
¶ Folgen noch hübsche Christliche lyeder.
Eyn hübsch Lyed unnser seligkeyt betreffent.
Von zweyen Martrern/ zu Brüssel verbrant.
DIGITAAL
Ook het Enchiridion van Maler is op internet te
raadplegen.
DIGITAAL
Ook het Enchiridion Maler-Dublin is op internet te
bekijken.
Enchiridion
Oder ein Handbüchlein,
einem jetzlichen Christen fast nützlich
bei sich zu haben, zur steter Übung
und (Be)trachtung geistlicher Ge-
sänge und Psalmen, recht-
schaffen und künstlich
verteutscht.
M. CCCCC. XXIIII.
Am Ende dieses Büchleins wirst du fin-
den ein Register, in welchem klärlich
angezeigt ist was und wie viel
Gesänge hier in begriffen
sind.
Mit diesen und dergleichen Gesängen
sollte man billig die junge
Jugend auferziehen.
Malers editie heeft dezelfde 26 liederen als Loers-
feld, maar bij onderstaande clusters wijkt de
volgorde van de liederen af:
3-6-4-5 14-17-15-16 19-22-21-23-20-25-24.
De melodie van ‘Aus tiefer Not’ ontbreekt.
Tweemaal ‘Nun komm der Heiden Heiland’, boven
bij Loersfeld, onder bij Maler.
Bij het rode pijltje staat abusievelijk een noot
(minima g) i.p.v. een rust. Malers houtsnijder heeft
deze fout overgenomen. Let ook op de verschillen
in spelling en het verkeerd overgenomen laatste
woord van de strofe, gefellt i.p.v. bestelt.
Het Jahrbuch is uit gegeven door Vandenhoeck &
Ruprecht. Het is ook als e-book leverbaar, zowel het
complete boek als de hoofdstukken afzonderlijk.
De laatste twee pagina’s van het Maler-Enchiridion, met het Register en het adres.
Maler-DBL
wie groß auch sey der schadenn. Ehr ist allein
der gute hyrdt/ der Israel erlößen wirdt.
Auß seinen sunden allen.
Maler-STRB
wie groß auch sey der schaden. Er ist allein der
gutte hyrdt/der Israel erlößen wirdt.
Aus seynen sunden allen.
‘Aus tiefer Not’ strofe 4.
Boven Maler-DBL, onder Maler-STRB, het
facsimile uit 1848.
Als een boek eenmaal gedrukt was, werd het zetsel
niet bewaard. Het zetsel van één katern bevatte
duizenden loden lettertekens (letterlijk loodzwaar,
tientallen kilo’s per katern), letters die de zetter
meteen weer nodig had voor een volgend boek of
zelfs voor het tweede katern van hetzelfde boek.
Voor een tweede druk moest dus altijd een geheel
nieuw zetsel gemaakt worden.
Wackernagel (Das deutsche Kirchenlied, 1841)
vermeldt beide edities van Malers Enchiridion: het
boekje in Straatsburg (dat we nu alleen nog kennen
als facsimile) en het boekje uit de verzameling van
Riederer, dat o.a. gekenmerkt wordt door de zes
katernen.
*) Deuteronomium 15 vs.9:
‘Wees niet zo berekenend om bij jezelf te denken
“Het jaar van de kwijtschelding is al heel dichtbij”
zodat je onbarmhartig zou worden jegens je
armlastige broeder en hem niets zou geven. Als hij
zich dan bij de Heer daarover beklaagt, zal het je
als zonde worden aangerekend.’
Vreemd dat ook Lucke en anderen menen dat
stůndt correct is. De verwijzing naar Deuterono-
mium (in het Duits 5.Mose!) is hun blijkbaar ont-
gaan, terwijl het voorgaande couplet van het lied
nota bene begint met de zin Nun höre was Gott
durch Mosen gebot.